Het kasteel van Relegem te Zemst

 
Dit kasteel heeft een rijke geschiedenis. De oorsprong gaat terug tot de Frankische tijd. Het was een post langs de verbindingswegen tussen de landen van Grimbergen, Mechelen en Rumst, tijdens de Middeleeuwen in het bezit van de Berthouts. Later woonden er tal van personen die een functie bekleedden in de Grote Raad van Mechelen, zoals Jean de Carondelet, de graven van Ter Nath enz.. 
Relegem in 1731

Het kasteel van Relegem in 1694. Vooraanzicht 
Ingeplant ten westen van het weiland bij de Zenne, met de Leybeek ten oosten van het domein dat ten westen door de weg Zemst-Humbeek wordt afgebakend, is Relegem, in zijn huidige vorm, een omgracht waterkasteel op open vierkante aanleg, met doorgang en onderbroken gracht aan de 

Het kasteel van Relegem op 21 april 1676. getekend door Constantijn Huygens de Jongere 
Constantijn Huygens de Jonge (1628-1697), de oudste zoon van de beroemde dichter, werd in 1672 benoemd tot secretaris van prins Willem III, kapitein-generaal van het Staatse leger en wat later stadhouder van de Republiek. In zijn functie van secretaris vergezelde Huygens de prins op diens veld tochten tegen de Fransen in de Zuidelijke Nederlanden, Duitsland en Noord-Frankrijk. Die campagnes, een soort lang volgehouden kat-en-muisspel tussen de strijdende partijen, begonnen meestal in april en duurden tot in oktober. Tegen de tijd dat het weer te slecht dreigde te worden en de wegen onbegaan baar werden, keerden de prins en zijn gevolg naar Holland terug. Tijdens die veldtochten hield Huygens een dagboek bij dat, gezien het soms intieme karakter van het geschrevene, alleen voor zijn eigen ogen bestemd was. Daarnaast maakte hij, als hij er de tijd voor had, tekeningen van de plaatsen waar het leger neerstreek, die hij heel gewetensvol van datum en plaatsaanduiding voorzag. Op 21 april 1676 was Huygens in Zemst. Op de dag dat Huygens zijn tekening van het kasteel Relegem maakte kreeg hij, zo weten we uit het dagboek, bezoek van David Teniers, die hem van de laatste nieuwtjes voorzag
Blik op het kasteel in 1920 
noordwestelijke zijde en aansluitende ringgracht met ongelijke U-vormige aanleg ten zuidwesten.  De kasteelhoeve ligt ten noordwesten. 
De kadasterkaart door P.C. Popp tussen 1842 en 1879 getekend geeft ook nog een dreef aan, die in zuidnoordelijke richting loopt ten oosten van de Leybeek, tot aan de tweesprong van een voetweg en een baan. naar de Zenne. 

Foto uit 1976
Deze inplanting had oorspronkelijk een militaire functie als voorpost van Brabant t.o.v. de nabijgelegen heerlijkheid Mechelen.  De vroegere plaatselijke heren, o.m. Jan van Relegem, een Brussels hoogwaardigheidsbekleder uit de 14e eeuw, namen actief deel aan het politieke en militaire leven van het toenmalige hertogdom Brabant. 
De gravure van 1699 uit J. Le Roy, door J. van Croes en G. Bouttats, geeft een duidelijk beeld van het versterkte waterslot : gekanteeld poortgebouw met ophaalbrug te midden van de noordwestzijde, uitstekende donjon onder tentdak met flankerende hoge spietoren op de zuidwestelijke zijde, vermoedelijke woonvleugel op de zuidoostelijke zijde en gekanteelde noordoostelijke muur als afsluiting van de binnenplaats.  Deze algemene aanleg werd tot op heden gerespecteerd, maar de gebouwen werden echter aangepast aan de heersende Franse classicistische smaak van het midden en de tweede helft van de 18e eeuw. De burcht werd ontmanteld, het poortgebouw, de ophaalbrug, de donjon en de gekanteelde omheiningsmuur werden afgebroken.  De gevels aan de binnenplaats en de grachtzijden en ook de bedaking werden aangepast in functie van de nieuwe woon- en leefstijl.  De gracht werd gedempt vóór het nieuwe gesmeedijzeren hek, zodat de beplavelde binnenplaats nu onmiddellijk bereikbaar werd. Van de vroegere versterkte burcht zou men duidelijk een meer verfijnde en riante residentie maken, waarin de voorkeur voor symmetrische en axiale opstellingen zo goed mogelijk werd toegepast. 
Zo bestaat de noordwestelijke vleugel nu uit twee symmetrische paviljoenen onder leien schilddak, aan weerszij van het ijzeren hek dat in de as ligt van de hoofdtoegang in de zuidoostelijke vleugel.  De gevels, met zandstenen onderbouw en bak- en zandstenen bovenverdieping waarin sporen van de 17e-eeuwse opstand resten, o.m. gedichte kruiskozijnen en kordons, werden homogeen beschilderd. 
 Tijdens de oorlog in 1747 lag het ganse complex er vervallen bij en woonde er niemand.

De geschiedenis van Zemst

Deze pagina werd opgesteld door Marc Alcide