Zemst in 1520. Een geschil tussen de heren van Grimbergen en ons heeren des conincx aangaande een gevangenenhuis aan de Brug.
Marc Alcide


Het jaar 1520. Mechelen is in volle bloei, Margareta van Oostenrijk, de Sint-Romboutstoren is bijna voltooid, de ouder wordende Keizer Maximiliaan, eerste vervolgingen van Lutheranen in Duitsland, enz...

In Zemst is ook alles niet zo rustig. In deze tijd ressorteerde Zemst onder de meierij of vrijheid van Kapellen op de Bos, een gebied dat in de 15de eeuw door de hertogen van Brabant "opgericht" werd als tegengewicht voor de heren van Grimbergen. Sommige instellingen hadden er op bepaalde onroerende goederen echter zekere rechten. Deze rechten en instellingen definiëren is voor Zemst echter een moeilijke zaak.

Een zekere Nijs Van der Beken, meier van de heren van Grimbergen huurde toen het huis de Croon, een gebouwencomplex aan de overzijde van de Zenne, richting Mechelen. Hij eiste het huis op om voor dezelfde heren hun rechtspraak te doen, wat een hele affaire uitlokte, want het huis zelf zou onder de jurisdictie van ons heeren des conincx vallen. In opdracht van de heren van de Rekenkamer te Brussel werd door de secretaris en procureur-generaal in Brabant een getuigenverhoor op touw gezet. De getuigen waren wel allemaal hogere dorpsfunctionarissen in dienst van ons heeren des conincx. Een voorbeeld uit het strafrecht wordt als middel gebruikt om één en ander te bewijzen.

Tijdens dit getuigenverhoor komt één en ander aan het licht. We zullen ze zelf aan het woord laten:

Gheert Lauwers was meier te Kapellen op de Bos en was ongeveer 80 jaar oud. Hij heeft wijlen Hendrick Van Soenen, zijn voorganger, gedurende veertig jaar gekend. Hij heeft deze altijd horen zeggen dat het huis gestaen over de brug van de Zenne te Zemst eertijds toebehoorde aan Janne Van Relegem en nu aan Janne Van Lathem. In dit huis hielden de officieren van ons heeren des conincx de genechten ende werden aldaer de misdadige ende kuerachtige gevanghen ende gespannen gehouden. De rentmeester "zette" er de cijnzen. Het huis werd altijd gegoed en geerfd onder ons heeren des conincx. Dit blijkt uit schepenbrieven die hij gezien heeft in de Rekenkamer te Brussel. Een zekere Nijs Van der Beken wil het huis gebruiken om misdadigers terecht te stellen en gevangen te houden voor de heren van Grimbergen, zonder toelating van ons heeren des conincx. Te Zemst en te Weerde zijn er nog verscheidene huizen die onder ons heeren des conincx vallen, daer die kueren ende bruecken ende andere rechten hen toe behoren. De rechten worden door de meier en de officieren van de heren van Grimbergen met geweld van de officieren van ons heeren des conincx afgenomen. Dit is onder andere ook gebeurd met het huis waar Gabriel Van Woluwe in woonde, te Weerde, welck huys nochtans eygen goedt was.

Peeter Van Nyverseel, rentmeester van ons heeren des conincx voor het gebied van Overzenne, was ongeveer 76 jaar oud. Hij heeft altijd geweten dat te Zemst de eigen goederen, daer geerfd en gegoed worde door de rentmeester van ons heeren des conincx voor het gebied van Overzenne en door zijn schepenen. Het huis met de beemden over de brug Mechelenwaarts is eigen goed. De kueren ende bruecken die vallen ende verschynen op de heerstrate van aende Mechelse Brugge tot Eppegem over de Brug, met oock die borrewegen, kerckwegen, bruywegen ende gemeynten competeeren aan ons heeren des conincx, zonder dat daer yemandt eenight recht kan op voirderen. Nochtans willen enkele officieren en de meier van de heren van Grimbergen, Nijs Van der Beken, hetzelfde usurperen en de rechten toebehorende aan ons heeren des conincx met geweld afnemen.

Antonis Van Ermeren, vorster van ons heeren des conincx te Zemst was ongeveer 42 jaar oud. Hij woonde reeds 16 jaar te Zemst. Volgens hem huurde Nijs het huis en wil deze aan ons heeren des conincx daer inn egeen recht meer kennen en pretendeert aldaer tot behoef van de heren van Grimbergen alle bueren ende kueren als die daer vallen te mogen ontfangen. De Heerstrate competeert ons heeren des conincx van aent brugsken in gheenszijde van de Syenne naer Mechelen weerts bij ‘t Sieckhuysken aldaer tot Eppegem toe veertig voeten breed met ook de gemeynte aldaer gelegen. Soo hadde de rentmeester van Oversynne eenigh particulier persoonen op eenighen heerlycken cheyns geconsentieert te planten willigen ende ander hout. Nijs beval de bomen en de wilgen, hoewel hij er geen recht op had, af te hakken, weg te voeren en deed er zijn zin mee. Sommige Zemstenaren die met dit hout cijns betaalden aan de rentmeester van Brabant, konden dit nu niet meer. Gevraagd werd aan de getuige of het huis De croone eigen goed is en of het cijns geeft aan ons heeren des conincx. Hij antwoordde dat de grond waarop het gebouwd werd, genomen werd van een grote beemd, die als eigen goed werd beschouwd. Deze beemd behoorde aan een vrouw uit Mechelen. Tussen het huis en de Heerstraat stond een opstal. De heren van Grimbergen hebben op het belangrijkste gebouw van het complex een cijns van 12 stuivers, maar de getuige weet niet op welke manier zij hier aan geraakt zijn.

Laureys Boets, wonende te Zemst, schepene aldaar, was ongeveer 66 jaar oud. Hij zegt dat het huis gedurende 40 jaar onder ons heeren des conincx ressorteerde. Hij wist niet dat de heren van Grimbergen hier enig recht of gezag hadden willen pretenderen. Getuige weet dat de tegenwoordige en vroegere meier van Kapellen aldaer diversche gevangenen van wegens ons heeren des conincx gesedt ende gestelt hebben ende die welcke sijn geexecuteert sijn geweest ende dandere gecomposeert. Op het huis waren renten bezet van de welcke brieven gepasseert waren onder d’officieren ons heeren des conincx. De heerstraet tot Semps behoort alleen ons heeren des conincx toe.

Jan Van Linth, meier van het godshuis van Oliveten, gestaen tot Semps, was ongeveer 60 jaar. Hij woonde er ook reeds 60 jaar. Sinds deze tijd kent hij het huis de Croon. Ook hij weet dat de gevangenen van ons heeren des conincx aldaer gevangen gehouden zijn geweest ende die eenighe aldaer gepijnt ende gedenckt hem deponent onder dandere van eenen genoempt Willeken Bruyseghem des geleden is over 30 jaeren dat de meyer van Kapeelen opten Bosch, genoempt Henrick Van Soenen hem aldaer gevangen hiel ende den selven vervoirde tot Brussel aldaer hij verwesen wordt, ende daernaer werdt de voors. Willeken wederom byden voorschreven meyer gebracht tot Sempst metten dieneren oft Amansknapen van Brussel, ende weerdt hij aldaer opte Heerstraete aende lynde op een bercxken geexecuteert ende op een radt gesedt.

Aernt Melys, preter tot Sempst, was ongeveer 73 jaar en heeft het grootste deel van zijn leven te Zemst gewoond. Hij vertelt hetzelfde verhaal van zovele jaren geleden over de gevangene Willeken Bruyseghem die uit Elewijt stamde, doch die bovendien ontbroken was dwelck hy deponent sach staende in een schoeme en dorschte ende alsoo de voors. Henrick Van Soenen gewair werdt dat de voors. Willeken hem ontbroken was, quam hij tot hem die spreeckt seggende, ghy Aernt, ghy sult my mynen gevangenen wysen oft ick sal U in syne plaetse stellen ende alsoo de voors. Meyer synen gevangene vont int hoy geborgen stelde den selven wederom int selve huys gevangen ende werdt de selve gevangen naemaels te Brussel gevoert ende aldaer verweesen en naemaels geexecuteert tot Sempst... geseyt voorts dat de heerstraete tot Sempse beginnende van aent bruecxken bij ‘t Sieckhuys tot Eppegem toe veertg voeten breed toebehoort alleene onsen heeren den coninck.
 

Laatste aanpassing : 05/02/2006

Hoofdpagina